zaterdag 13 november 2010

Jan Maes over het Joodse Verhaal

Teksten
Een aantal onder jullie vroegen naar mijn teksten over een aantal thema’s waarin ik mij heb verdiept

1. Mijn paper over hulp aan joden tijdens WOII:
a. Tekst: http://www.de-living.be/vervolging/Omstanders,%20slachtoffers,%20daders.%20Een%20verhaal%20van%20individuele%20keuzes%20en%20morele%20verantwoordelijkheid%20tijdens%20de%20jodenvervolging%20in%20de%20omgeving%20van%20Antwerpen,%202006.pdf
b. Recentere Engelstalige versie zonder foto’s (zie bijlage)
c. Powerpointpresentatie met foto’s: http://www.de-living.be/Includes/tenminstesylvieke.ppt
d. Artikels. Het verhaal verscheen ook in het Nieuwsblad en in Tertio.
Veerle Beel, Hoe Sylvie Reichman werd gered, in De Standaard, 8 oktober 2007.



Truus en Henri: Sylvie zag hen na de oorlog niet meer terug. Rr
BRUSSEL – REPORTAGE JOODS KIND GERED DOOR PROTESTANTS NETWERK Zevenentwintig familieleden, onder wie haar ouders, overleefden de Holocaust niet. Sylvie Reichman, nu bijna 68, glipte als kind door de mazen van het net. Vandaag brengt ze in Brussel hulde aan haar redders.

Sylvie Lednicer-Reichman woont met haar man in New York. Al jaren geeft ze in de Verenigde Staten lezingen over wat haar en haar familie in de Tweede Wereldoorlog is overkomen. Voor zover ze de details nog kent, want ‘Sylvieke’ was nog geen drie toen haar ouders bij een raid in Antwerpen werden opgepakt. ‘Ik heb een verre, vage herinnering aan een vrouw die huilt omdat ze mij met een vreemde man moet meegeven. Ik wil niet weg, ik wil bij haar blijven. Ze draagt een kamerjas, zo’n jas heb ik mijn hele leven niet meer willen dragen. Het was hartverscheurend. Ik heb al die tijd gedacht dat dit het ultieme afscheid tussen mij en mijn moeder was.’

Dat was het niet. Pas in 2005 kwam Sylvie achter de ware toedracht, toen ze uit Antwerpen een telefoontje kreeg van Jan Maes. ‘Een telefoontje dat mijn leven veranderde.’

Maes, die historicus is en leraar godsdienst, reconstrueerde het verhaal van haar redding en trok ook haar stamboom na: ‘De Holocaust heeft in haar familie een grote ravage aangericht, liefst 27 familieleden werden weggevoerd en kwamen niet terug.’

‘Mijn echte jeugdherinneringen beginnen pas bij de familie Rooze in Korbeek-Lo’, zegt Sylvie aan de telefoon vanuit New York. Het is aan deze mensen, intussen overleden, dat ze vandaag hulde brengt in Brussel.

Henri en Truus Rooze krijgen postuum de bekende Yad Vashem-onderscheiding, ‘Righteous among the Nations’. Deze onderscheiding wordt door de joodse gemeenschap toegekend aan mensen die joden hielpen onderduiken. Ook hun kinderen zullen bij de plechtigheid aanwezig zijn.

‘Bij hen was ik gelukkig’, vertelt Sylvie. ‘Ze hadden toen vier kinderen. We speelden in de tuin en ik weet nog hoe Truus chocoladesandwiches voor ons maakte als we flink waren geweest. Heerlijke herinneringen zijn dat.’

Maar voor ze daar terechtkwam, bracht ze ook enkele maanden door bij de familie van Klaas Sluys en Julia Schuyten in Boechout. Dat verhaal was haar tot 2005 onbekend. ‘Ik weet nu dat de afscheidsscène die ik beschreven heb, zich vermoedelijk heeft afgespeeld tussen Julia Schuyten en mij. Het was een hele schok om dat te vernemen. Omdat het ook betekent dat ik aan mijn moeder geen enkele herinnering heb. Van Julia is mij alleen dat vage beeld in die keuken bijgebleven. Weet je wat echt mijn hart brak? Te horen dat ze zes maanden voor ik dat ontdekte, gestorven was. Ik had haar zo graag ontmoet, in mijn armen gesloten, gekust en bedankt.’

Dankzij het opzoekwerk van Jan Maes kon Sylvie in mei 2005 wel herenigd worden met haar oorlogsbroers en –zussen, in de beide families. ‘Dat we dat mochten beleven, elkaar op volwassen leeftijd ontmoeten, dat heb ik als zo’n groot geschenk ervaren.’

Wat maakte dat de kleine Sylvie niet het lot van zoveel van haar familieleden deelde? Jan Maes is door zijn echtgenote verwant met de Schuytens. Het was bekend in de familie dat Klaas en Julia, vanuit hun streng protestants geloof, meerdere joden hielpen onderduiken. Hij besloot het verhaal uit te diepen als paper voor zijn licentie in de godsdienstwetenschappen.

Het begon, zoals bij velen die onderduikers hielpen, een beetje bij toeval: omdat een joodse werknemer van Klaas Sluys hem om hulp vroeg voor zijn familie. Klaas en Julia namen hen in huis. Ze zeiden ja tegen één, en konden toen ook geen nee meer zeggen tegen de volgenden. Maar echt toeval was het niet: Maes beschrijft in zijn paper treffend hoe hun protestants geloof hen motiveerde om ‘het door God zelf uitverkoren volk’ te helpen.

‘Ze behoorden tot de Gereformeerde Kerk aan de Sanderusstraat in Antwerpen. Als minderheid in het katholieke Vlaanderen stonden ze een beetje buiten de gevestigde orde. Toen hen gevraagd werd te helpen, moesten ze er niet lang over nadenken. Het lag in de lijn van hun leven en overtuiging.’

Beetje bij beetje schakelde Klaas ook andere leden van de Kerk in, waardoor een informeel protestants netwerk ontstond. ‘Dat was tot nu toe onbekend’, zegt Maes. ‘Wanneer het risico te groot werd, speelden ze de onderduikers naar een volgend adres door. Ze waren met zeventienen. Samen hebben ze 21 joden van de ondergang gered. En zonder risico was het niet, want in de regio Antwerpen liepen gemiddeld meer zwarthemden rond dan elders. Boechout, waar Klaas en Julia woonden, noemde men trouwens ‘Klein Berlijn’.’

In de nacht van 30 op 31 januari 1943 vielen ‘de Duitsers’ bij de familie Sluys-Schuyten binnen. Onder hen één echte Duitser, vijf Vlamingen die tot de Sicherheitspolizei-Sicherheitsdienst behoorden en de VNV-oorlogsburgemeester Staf Van Sintjan.

Maes: ‘Ze doorzochten het hele huis en vonden vijf ondergedoken joden, onder wie Sylviekes tante en haar drie tienerkinderen. Ze vroegen Klaas hoeveel kinderen hij zelf had, en het was Julia die gevat antwoordde dat ze er vier hadden. Dat was gelogen, ze hadden er maar drie. Maar ook Sylvie lag boven in een kinderbed te slapen. Ze vroegen het vervolgens aan de meid, en die bevestigde zonder verpinken dat het er vier waren. Ze gingen boven kijken en zagen drie blonde kinderkopjes. Omdat het een koude nacht was, had Sylvie haar deken over haar hoofdje en over haar donkere krullen getrokken. Zo ontsprong ze de dans.’

De vijf joden die werden meegenomen, ondervraagd en nadien naar de Dossinkazerne in Mechelen gebracht, en van daar naar Auschwitz. ‘Ze zaten op het twintigste transport, dat door het verzet even tot stilstand is gebracht en waar over het hele traject 260 mensen probeerden af te springen.’ Maar de vijf waren daar niet bij en keerden nooit meer terug.

Ook Klaas werd opgepakt en tot een gevangenisstraf veroordeeld. Wat moest Julia nu met Sylvie doen? Maes: ‘Een zus van Julia die in het Stuivenbergziekenhuis werkte, hoorde er mensen vertellen over de inval. Ze zeiden: “Er zijn joden opgepakt bij Klaas Sluys. Maar het schijnt dat er nog eentje zit., Toen wist Julia dat ze Sylvie elders moest onderbrengen.’

‘De Roozes, ook protestanten, hadden hen eerder een brief geschreven dat ze altijd wilden helpen indien nodig. En dus kon Sylvie daar naartoe. Toine Rooze, een neef van haar nieuwe onderduikfamilie, bracht het driejarige kind erheen. Wat ook niet zonder gevaar was, want je wist nooit hoe zo’n kleuter zich zou gedragen in het gezelschap van een vreemde.’

Maes zegt dat zijn leerlingen vaak concluderen dat ze zich in oorlogstijd ook zouden engageren om bedreigden te helpen, maar alleen zolang ze jong en kinderloos zijn. ‘Wat zo opvallend is in dit verhaal, is dat het bijna allemaal om mensen ging die getrouwd waren en een gezin hadden. Ook Toine Roose was vier dagen voor hij Sylvie naar haar nieuwe adres begeleidde, voor het eerst vader geworden.’

Bij de Roozes was al een ander joods meisje ondergebracht en er volgden later nog joodse volwassenen en kinderen. Tegen het einde van de oorlog verbleven er liefst acht onder hun dak. Na de oorlog, in 1945, besloot Truus Rooze om Sylvie terug te geven aan haar grootmoeder, die dankzij Klaas en Julia niet gedeporteerd was. Later werd ze geadopteerd door een tante die al voor de oorlog naar Amerika was geëmigreerd. Ze wilde niet dat Sylvie nog contact hield met haar redders.

In 1986, wanneer ze familie in België bezoekt, zoekt ze zelf contact met de familie Rooze. Maes: ‘De Roozes waren toen net op vakantie in Israël, en de telefoon werd opgenomen door ‘housesitters’ die geen Engels spraken. Sylvie dacht dat ze er niet meer woonden. Ze heeft Henri en Truus nooit meer weergezien.’

‘Het waren deugdzame en goede mensen’, zegt Sylvie, die haar ontroering aan de telefoon niet kan verbergen. ‘Mensen als de Roozes en de Schuytens symboliseren het goede en laten zien dat het kwade overwonnen kan worden. Als men die stap maar durft te zetten.’

Klaas en Julia kregen de Yad Vashem-onderscheiding eerder al.

www.yadvashem.org

www.de-living.be

klikken op ‘jodenvervolging’
Concreet verhaal van morele moed, in De Standaard, 8 oktober 2007.
Leraar Jan Maes uit Mortsel wilde de Holocaust-moeheid van zijn leerlingen tegengaan door hen concrete verhalen voor te schotelen. Het resultaat is zijn paper ‘Omstanders, slachtoffers, daders. Een verhaal van individuele keuzes en morele verantwoordelijkheid tijdens de jodenvervolging in de omgeving van Antwerpen.’

Een paper die hij voor meerdere vakken in de licentie Godsdienstwetenschappen aan de KU Leuven mocht indienen, en die hem uitmuntende beoordelingen opleverde. ‘En spontaan applaus in de klas’, zegt Maes, die zijn onderzoekswerk in de lessen godsdienst gebruikt.

De rode draad in zijn opzoekingswerk was Sylvie, maar de paper bevat ook zijlijnen. Uit het oorlogsdagboek van Médard Schuyten, de grootvader van Julia, kon Maes bijvoorbeeld concluderen dat wie in Antwerpen woonde, en een beetje alert was, op de hoogte moest zijn van wat er met de joden gebeurde. ‘In augustus en september 1942 zijn bij meerdere razzia’s meerdere duizenden joden opgepakt. Je moest blind zijn om niet te zien dat zoveel mensen tegelijk verdwenen.’

Aan de razzia’s werkte het Antwerpse politiekorps mee. Zeker de helft van de Sicherheitspolizei in Antwerpen bestond uit Vlamingen. De inval bij Klaas en Julia Sluys-Schuyten werd vooral door zulke collaborerende Vlamingen uitgevoerd. Dat schetst een minder fraaie kant van de oorlog, dat wat in evenwicht wordt gebracht door de verhalen van mensen die joden hielpen onderduiken.

Maes concludeert dat de redders en de overlevers qua morele keuzes en gedrag veel gelijkenissen vertonen: ze wachtten niet af, maar ondernamen actie. ‘Sommige leden van de familie Reichman vluchtten meteen het land uit. Een tante van Sylvie gaf zichzelf aan in Mechelen omdat ze een oproepbevel had gekregen. Ze geloofde dat ze “in Duitsland tewerkgesteld zou worden,. Ze stelde zich geen vragen. Onderduikers en redders deden dat wel.’

Jan Maes hoopt nog onderzoek in deze richting te kunnen doen. ‘De hereniging tussen Sylvie en haar oorlogsbroers en –zussen in 2005 was ook voor mij ontzettend emotioneel. Een treffend en concreet voorbeeld van hoe moreel goede keuzes het verschil maken.’ (vbr)
Eerstvolgende lezing hierover op 18/11/2010 (zie hieronder): Lezing is ongeveer gelijk aan wat ik in Nazareth heb gegeven. Er komt in januari 2011 nog een langere lezing daarover bij Elcker-ic in Antwerpen.
INSTITUUT VOOR JOODSE STUDIES
Programma eerste semester 2010-2011
Oktober 2010




Waarde lezer / Dear reader,

Hierbij vindt u een overzicht van onze activiteiten voor de maanden oktober-december 2010. De volledige nieuwsbrief kan u hier downloaden als pdf.

Please find enclosed an overview of our activities for October-December 2010. The complete newsletter can be downloaded here as a pdf file.

Inaugurele Lezing / Inaugural Lecture 2010-2011
Donderdag / Thursday 14/10/2010, 20:00
On the Threshold of Forgiveness:
Law and Narrative in the Talmud
Prof. dr. Moshe Halbertal
The Hebrew University of Jerusalem

Gevolgd door een eceptive / Followed by a reception

Plaats / Location:
Universiteit Antwerpen
Rodestraat 14, R.014
2000 Antwerpen
Routebeschrijving

Donderdagavondlezingen / Thursday Evening Lectures
14/10/2010
Dona Gracia Nasi and the Importance of Antwerp to her Mission
Andrée Aelion Brooks – Yale University

28/10/2010
Diego Duarte: Een converso in het Antwerpen van de zeventiende eeuw
Drs. Timothy De Paepe – Universiteit Antwerpen

04/11/2010
Karaïtisch jodendom en middeleeuwse Hebreeuwse poëzie
in de Arabische moslimwereld en het christelijke Byzantium
Dr. Joachim Yeshaya – Ruhr-Universität Bochum

18/11/2010
Omstanders, slachtoffers en daders: Informele protestants-joodse reddingsacties te Antwerpen en Leuven (1942-1944)
Jan Maes – Katholieke Universiteit Leuven

25/11/2010
Forerunners of Zionism? Sephardic Jews and the Land of Israel
Prof. dr. Matthias B. Lehmann – Indiana University

02/12/2010
Pleasures among the Jews in Eighteenth-Century Europe
Prof. dr. Shmuel Feiner – Bar Ilan University

16/12/2010
Austrians and Jews: Reflections on a Troubled Relationship
Dr. Ruth Beckermann – Wien
i.s.m. OCTANT (Österreich-Zentrum Universiteit Antwerpen) en Österreichisches Kulturforum Brüssel


Alle lezingen zijn gratis toegankelijk.
Entrance to all lectures is free of charge.

Plaats (tenzij anders vermeld / unless otherwise noted):
Universiteit Antwerpen
Rodestraat 14, R.013
2000 Antwerpen
Routebeschrijving




INSTITUUT VOOR JOODSE STUDIES
T +32 (0)3 265 52 43
F +32 (0)3 265 52 41
ijs@ua.ac.be
www.ua.ac.be/ijs


2. Mijn thesis over neurologie en morel gedrag: over determinisme en vrije wil
a. In bijlage de tekst van de lezing Can “I” Be Held Morally Responsible for the Preconscious Decisions My Brain Takes and Makes “Me” Act One Way or the Other? A Plea for the Integration of a Physicalist “Neuroscience-Based Theory of Ethics” in Theology, in Responsibility, God and Society. Theological Ethics in Dialogue (International Conference georganiseerd door de Faculty of Theology, K.U.Leuven, 7 mei 2008), Leuven, 2008. Het is een goede samenvatting.
b. In de loop van het 2e semester geef ik hierover nog een lezing in Elcker-Ic Antwerpen. Ik hou jullie wel op de hoogte.
3. Mijn “christologie”, die zoveel positieve reacties losweekt bij mijn zesdejaarsleerlingen
a. http://users.telenet.be/de-living/Zien%20of%20niet%20zien.doc
4. Mijn paper over moslimzelfmoordterrorisme die eveneens veel positieve reacties krijgt van mijn zesdejaarsleerlingen
a. http://users.telenet.be/de-living/Een%20moslimfundamentalist%20voor%20de%20spiegel%20van%20Neregeb.doc
5. Een selectie van mijn gepubliceerde lezersbrieven
a. http://www.de-living.be/smf_forum/index.php?topic=2786.0

‘Het gras betaalt de prijs van de vechtende olifanten die op haar stampen’, Palestijns gezegde

Het is nog donker als het concert begint met het polyfone gebed van de muezzin, prompt gevolgd door een canon van hanengekraai, een intermezzo van mussengetsjilp en een slotakkoord van klepperende abdijklokken. Dit is Nazareth, de stad waar het samenleven van moslims, joden en christenen al lang een feit is, de stad van de heilige familie.

Nazareth in Galilea, zo anders dan Jeruzalem. Nazareth is een verademing na de voorbije, hectische dagen, de vele indrukken en verhalen die de complexe situatie in en rond Jeruzalem ons geven. We logeren in een prachtig pelgrimhuis, midden in de stad, met rustgevende binnenkoer, palmbomen, mooie kapel,...

Vandaag gaat de trip naar het noorden, naar het meer van Tiberias en naar de Golanhoogte waar we in België te weinig over horen. Galilea is groener en vochtiger dan Juda. Het meer van Tiberias is de plek bij uitstek om dat te ervaren. Het ligt er stil bij, als een spiegel, schitterend in volle zon. Een prachtig panorama. We voelen: ‘Laat ons hier maar even vertoeven’.

We bezoeken Tabga met zijn kleurrijke mozaïeken, de plaats van de broodvermenigvuldiging. Vervolgens Kafarnaüm, op bezoek bij Petrus’ schoonmoeder. De ruïnes tonen ons het beeld van de ‘domus ecclesias’, een huis waar de eerste christenen hun vieringen hielden. Kafarnaüm was de thuisbasis van Jezus terwijl hij hier in Galilea rondtrok. Met Hem belanden we op de plaats van de Zaligsprekingen. Die geven ons zoveel méér dan de geboden; ze geven ons de troost en de hoop dat ook zij die naar gerechtigheid zoeken, dat zij die vervolgd worden mogen rekenen op een thuiskomst in ‘het nieuwe Jeruzalem’. Dit zijn hier geen goedkope woorden; zij zijn een riem onder het hart voor allen die zich bij Pax Christi en Broederlijk Delen engageren!

We rijden verder door dit land van melk en honing (nu groeien er bananen…) naar de bronnen van de Jordaan. Hier zijn de laatst overgebleven landbouwkibboets (de eerste Joodse coöperatieven).

De bronnen van de Jordaan liggen in Syrië, in een gebied dat in de oorlog van 1967 door Israël werd geannexeerd. Met de bronnen onder zijn controle heeft Israël de macht over drinkwater en landbouw. Syrië is sinds dan afgesloten van het meer van Tiberias. Opnieuw valt er schaduw over dit idyllische land, opnieuw moeten we de confrontatie aan met de feitelijke toestand van annexatie, verdrijving van de bevolking, afbraak van dorpen, militaire posten, nederzettingen van Israëlische kolonisten, onzekerheid voor de kleine groep van Syrische bewoners die bleven.

Aan de bronnen van de Jordaan kunnen we ons bezinnen over de vraag die Jezus daar aan Petrus stelde – en die Hij ook vandaag nog aan ons stelt : ’Wie zegt gij dat ik ben? ’

Dan gaat de tocht verder naar de Golanhoogte, tot aan de grens met Syrië. Shifa wacht ons op. Zij spreekt vanuit de vereniging ‘Golan For Development’. Shifa toont de (slechts vijf) overgebleven stadjes van de Druzen, oorspronkelijke Syrische bewoners van deze streek. We zien het levensnoodzakelijke meer dat nu bijna leegstaat door een te grote afname van water door Israël. Appel- en kersenplantages dreigen droog te vallen.

Deze bewoners mogen hun oogst pas verkopen nadat de bezetters hun eigen voorraad verkocht hebben, terwijl ze in verhouding veel minder land mogen bewerken. Andere problemen: bijna geen werk, zeker voor wie hogere studies volgde, landmijnen, bouwvergunning nauwelijks te verkrijgen, bewegingsvrijheid naar andere landen zeer beperkt,… De dag begon in een nieuw licht maar hier, op de Golan, valt alweer de avond over het land en toch schittert een ster… de volhardende inzet van Shifa en haar ngo.

In Nazareth wacht ons nog een avondmaal en de ontmoeting met journaliste Simone Korkus. Gedurende de negen jaar dat zij hier woont, is zij getuige van continue bezetting, verschillende conflicten, hoop op toekomst en de moeilijke dialoog daarrond tussen beide volken. Haar kernwoorden, voor wat zij hier voelt leven, zijn: ‘angst’ voor o.a. verlies van thuisland, ‘apathie’ door o.a. verlies van vertrouwen in hun leiders en, aan de kant van de joodse Israëliërs, toch ook ‘verrukking’ om wat ze hier al gerealiseerd hebben. Ze citeert een Palestijns gezegde: ‘Het gras betaalt de prijs van de vechtende olifanten die op haar stampen’. Betrokkenheid van de wereld ontbreekt. Kritische woorden worden door de Israëlische overheid meer en meer bemoeilijkt.

Blijven spreken vraagt moed. Het verhaal van Simone geeft blijk van veel moed.
.

Niemand van jullie gelooft (werkelijk) totdat hij voor zijn broeder wenst wat hij voor zichzelf wenst (Islam).

vrijdag 12 november 2010
Gewekt door de klokken van de basiliek…


Onze priester Daniël leest in een viering met de groep de eerste revolutionaire preek van Jezus hier in Nazareth, die hoop geeft aan armen en zieken. Terwijl de rijken in die tijd dachten dat het koninkrijk Gods voor hen bestemd was. Verrassend, de oproep : “Dit is de hoogste plicht: doe niet aan anderen wat jezelf pijn zou doen en wens hen toe wat jezelf verlangt.” (Hindoeïsme). Deze oproep onstond ongeveer in dezelfde periode, toen oorlogen de volkeren teisterden, binnen wel vijftien godsdiensten. We bidden voor een toekomst voor de kinderen, luisteren naar de ander, authentieke en bezielende leiders voor dit land,…

We rijden door het land van Galilea naar de oude haven Akko.


Opvallend … overal bouwwerken, ook wegenbouw en hier ook groententeelt, door wie…voor wie? Immense velden, overal bevloeiïng : van waar moet het water blijven komen?

In de streek die we doorrijden werden veel dorpen vernield. De Palestijnen herdenken ieder jaar op 15 mei de Nakba (of catastrofe van 1948), door een symbolische terugkeer naar één van die dorpen. Er wordt nu een Israëlisch wetsvoorstel besproken over instellingen die zo’n viering financieel ondersteunen, die zouden aan banden worden gelegd.

Volgens de Israëlische wetgeving zouden Israëlische Arabieren (Palestijnen met Israëlisch staatsburgerschap) gelijke rechten moeten hebben als de Israëlische Joden. Toch zijn er duidelijke verschillen. Er zijn geen Palestijnse steden of dorpen bijgekomen. Grond werd vooral bij de Palestijnen geconfisceerd. Huwelijken met Palestijnen uit de bezette gebieden worden bemoeilijkt. Israëlische Arabieren mogen geen legerdienst doen, met als voordeel dat ze geen confrontatie moeten aangaan met hun Palestijnse broeders in de bezette gebieden, met als nadeel dat ze minder kansen hebben op werk…

De havenstad Akko getuigt van de vele bezettingen en een druk economisch leven. Het was een rijke Palestijnse stad. De oorspronkelijke bewoners werden verdreven en/of zijn gevlucht tijdens de Nakba. De huidige 30% Palestijnse bewoners komen vanuit de omliggende dorpen.

Tijdens de terugweg vertelt Brigitte over de visie en opzet van Broederlijk Delen en Pax Christi. De ultieme betrachting is rechtvaardige vrede in Israël en Palestina. Hun eisen zijn:

* Respect voor internationaal recht en voor mensenrechten;


* Beëindiging van de bezetting en de oprichting van de Palestijnse staat naast Israël;


* Respect voor de akkoorden tussen Israël en de EU, zoals het associatieakkoord.

De focus van Broederlijk Delen en Pax Christi is beleidsbeïnvloeding , sensibilisatie en educatie. Broederlijk Delen steunt ook projecten rond jongeren en cultuur in de Palestijnse gebieden en rond mensenrechten in Israël. De organisaties vertrekken vanuit de rechtenbenadering, die het respect voor het internationaal recht vooropstelt.Beide partijen moeten afzien van geweld tegen burgers. Israël heeft echter meer verantwoordelijkheden omdat het de controle heeft over de Palestijnse gebieden en moet zorgen voor de bescherming van alle burgers. Collectieve bestraffing van de hele Palestijnse bevolking in Gaza omwille van het geweld van de gewapende groeperingen mag niet.

Terug in Nazareth… heel druk, bussen toeristen vanuit alle hoeken van de wereld, schoolkinderen met rugzak, vrouwen gesluierd en niet, lange kleren, westerse kleren, mannen onderweg, allemaal mensen zoals jij en ik.


Dit land heeft mij vaak geraakt, maar geen moment dat ik mij onveilig voelde en toch kan er altijd ergens iets…

Na een bezoek aan de kathedraal en de soek in Nazareth, zetten we ons ‘s avonds terug samen. Het is hartverwarmend te horen hoe de vele ervaringen ieder van ons bewegen om thuis een bijdrage te leveren aan de sensibilisatie. Jullie horen nog van ons!

Maryse en Guido
.

PATER BOUWEN BLIKT TERUG OP SPECIALE SYNODE VOOR MIDDEN-OOSTEN

pater Frans Bouwen Bron: Kerknet
JERUZALEM (KerkNet) – De Vlaamse witte pater Frans Bouwen beleefde de synode over het Midden-Oosten, die plaatsvond in Rome 10 tot 24 oktober, van op de eerste rij mee als expert. Hij getuigt: “Dit was een unieke en verrijkende belevenis. Als experts konden wij in plenaire zittingen niet het woord nemen, maar wel in de kleine werkgroepen. Wij hielpen ook het secretariaat met de samenvatting van toespraken, het uitschrijven en vertalen van de rapporten, en soms ook om klaarheid te brengen in de samenhang van ideeën. De plechtige opening en sluiting in de Sint-Pietersbasiliek, waarin paus Benedictus XVI voorging, waren de meest zichtbare en treffende manifestaties van deze synode. De paus was trouwens persoonlijk vaak aanwezig in de zittingen, zonder het woord te voeren, maar vol aandacht voor alles wat er gezegd werd.”

“De politieke instabiliteit in het Midden-Oosten, een vruchtbare bodem voor alle soorten van extremisme, evenals de daarmee gepaard gaande verslechtering van de economische en sociale situatie, maakt de christelijke aanwezigheid in deze regio heel kwetsbaar. Dat resulteert in een sterke emigratie van christenen naar Europa, de VS en Australië. Dat dreigt de toekomst van de christenen in deze regio soms op de helling te zetten. Omdat alle kerken uit het Midden-Oosten met dezelfde uitdagingen geconfronteerd worden, is een gezamenlijk overleg over deze situatie, evenals over de oorzaken en gevolgen daarvan, noodzakelijk. Dat was ook het eerste doel van deze synode. Ze probeerde ook kerken en publieke opinie bewust te maken van deze situatie.”

“De synode was een succes. In debatten bleef geen enkel probleem onbesproken: het conflict Israël-Palestina, de verslechtering van de sociale en politieke toestand, extremistische stromingen, het gebrek aan vrijheid en respect voor mensenrechten, de verhoudingen tussen christenen en moslims, de verontrustende emigratie, de vernieuwing van geloof en praktijk, enz. Wij werden allen getroffen door de openheid van geest en de vrijmoedigheid waarmee problemen werden besproken. Ondanks meningsverschillen was er een sfeer van broederlijke vriendschap en wederzijds vertrouwen, zowel voor plenaire zittingen als kleinere werkgroepen. Het wederzijds vertrouwen en de broederlijke solidariteit zijn zonder twijfel het eerste resultaat van deze synode. De ‘boodschap aan het volk van God’, die op het einde werd gepubliceerd, wil christenen in deze moeilijke omstandigheden aanmoedigen. Zij roept politieke en religieuze leiders in het Midden-Oosten en elders in de wereld op tot meer samenwerking voor een betere wereld waar iedereen, ongeacht godsdienst of nationaliteit, dezelfde rechten en plichten heeft.”

“Maar de echte taak begint nu pas. Hoe zullen patriarchen en bisschoppen deze ervaring aan hun gemeenschappen meedelen? En hoe de moedige oriëntaties in werkelijkheid omzetten? De bloedige aanslag in een kerk in Bagdad, een week na de synode, herinnert allen eraan dat het menselijkerwijze gesproken een bijna onmogelijke taak is. De nood aan geloof en vertrouwen, en de kracht van onderlinge samenhorigheid, die beleefd werd door alle deelnemers, moeten met de gemeenschappen aan de basis worden gedeeld. Dat zal een klare kijk en bewust samenwerken van de verantwoordelijken van de verschillende kerken vereisen.”

(Kerknet)

Weg met die Holocaust!

De titel van dit stuk zal sommigen onder u schokken. Hoe komt dat? Zijn we dan niet tegen Jodenuitroeiing en volkenmoord in het algemeen? Dus weg die Holocaust?

Holocaustmuseum in Boston (VS) (foto: WallyG)

Natuurlijk wel, maar ondertussen hebben we geleerd en zijn we gaan geloven, dat de opgedrongen en licht dwangmatige herinnering aan deze volkenmoord - met in de marge een paar minder de aandacht trekkende genociden - herhaling kan voorkomen. Dat is, voor wie er even bij stil staat, een vreemde gedachte.

Ze herinnert aan streng katholieke tijden: hameren op vagevuur en hel om mensen op het rechte pad te houden (of te brengen). Het kwade beklemtonen om het goede te leren en hopelijk ook te doen. Wreedheid en onmenselijkheid analyseren om zachtaardig(er) en menselijk(er) te worden. Hoe meer Holocaust, hoe meer mens, hoe meer democratie. Een strategie ontleend aan een in hoofdzaak bestraffende opvoedingspraktijk. Verkeerde daden, mis-daden, negatief beklemtonen in plaats van goede of juiste daden positief te bekrachtigen.

Bliksemafleider voor omstanders
Nu internationaal de Holocaust als kern van de collectieve herinnering over zijn hoogtepunt is heen geraakt, krijgt Vlaanderen een eigen holocaustmuseum. Daarin zal, zo luidt het uiteindelijke concept (na negen jaar strijd in de wandelgangen), ook aandacht besteed worden aan mensenrechten en de genocide in Rwanda (1994).

Maar de Holocaust blijft centraal staan, minder het volgens de initiatiefnemers voldoende gekende grote verhaal, dan wel de Belgische casus, met de klemtoon op 'onze' deelname aan arrestatie en deportatie van de Joden uit België.

De Endlösung, de 'eindoplossing van het Europese Jodenprobleem', zoals de Duitse daderterm luidde, is ondertussen 65 jaar voorbij. De Holocaust (letterlijk 'volledig brandoffer' aan god) zoals overlevenden, en wij allen die ons vooral als (potentieel) slachtoffer ervaren, die genocide zijn gaan noemen, is ook onvergelijkbaar meer bestudeerd en wordt in tal van herdenkingsoorden levendiger gehouden dan om het even welke andere volkenmoord.

De politieke en ideologische oorzaken hiervan zijn al herhaaldelijk bestudeerd en vormen niet het onderwerp van deze bijdrage. De Holocaust hoort inderdaad thuis in herdenking en geschiedkundige musea, samen met andere door mensen aangerichte rampen.

Maar niet in zo'n eenzijdig en belerend museum als dat dat nu gepland werd. Wat zullen de scholieren die er in de komende decennia doorgejaagd worden daar leren? Zullen ze zich vooral met slachtoffers en in veel mindere mate met daders identificeren? Zullen ook zij op die menselijke manier wegkijken?

En is deze persoonlijke, individuele invalshoek (dader, slachtoffer, omstander), wel de juiste, van waaruit zinvolle lessen kunnen getrokken worden? Moet je om herhaling te voorkomen - als dat al mogelijk is - niet veeleer kijken naar politieke, ideologische en sociaaleconomische factoren en structuren die dergelijke grootschalige liquidatie mogelijk maken, ja voortbrengen?

Ideologieën en structuren die bewindslui ertoe brengen het licht op groen te zetten voor grootschalige uitsluiting en soms uitroeiing van wie 'anders' of gewoon 'te veel' is? Van mentaal gehandicapten (de eersten die door de nazi's werden vernietigd), over Joden, Roma en Sinti, tot migranten en asielzoekers.

Dreigt die gelukkig lang voorbije Holocaust geen bliksemafleider te worden voor wat er hier en nu aan grootschalig kwaad wordt aangericht? Een bliksemafleider voor ons, omstander, wegkijkend van het onmetelijke leed dat mede in onze naam, door onze levenswijze, wereldwijd werd en wordt aangericht?

Want zijn we door onze bij vergelijking ongelofelijke westerse welvaart, door ons op vertier en luxe gericht consumptiegedrag, niet mee verantwoordelijk voor de, sinds het door onze bewindslui aangerichte kolonialisme, almaar schever getrokken wanverhouding tussen Noord en Zuid? Doordat we hoofd én geweten afkeren van zogenaamd antiterroristische, maar in feite imperialistische, terreuroorlogen in Irak en Afghanistan, die veel onheil aanrichten onder burgers en honderdduizenden vluchtelingen richting Westen jagen?

En hoeveel moeite en geld zou het aan die Westerse wereld kosten om de natuurrampen in Haïti niet tot een door mensen verhonderdvoudigde ramp te laten uitdeinen? En - heikel thema, want Holocaustverbonden - hoe weinig druk zal die wereld nog decennialang op de staat Israël zetten om geen einde te stellen aan het leed van onderdrukte, radeloze en soms aan antiterreur overleverende Palestijnen?

Een museum voor de toekomst
Dus alsjeblieft, dames en heren politici, geen Holocaustmuseum, maar een museum waarin jongeren aan het verstand gebracht wordt hoe we hier en nu in de fout gaan, wegkijken, realpolitisch meewerken aan grootschalige uitsluiting en onderdrukking. Hoe dat beter moet en kan. Welke middelen ons daarbij ter beschikking staan en welke niet. Geen lessen uit het verleden, maar oplossingen voor de toekomst.

Laat dit alsjeblieft niet over aan goed bedoelende slachtoffers en geschiedkundigen. Clio mag dan de muze van de geschiedenis zijn, ze is van oudsher ook dienstmaagd van bewindslui. Ook nu kiezen veel historici eieren voor hun geld en scharen zich achter het museaal initiatief. Wegkijken naar het verleden.

Dat een verdergaand concept geen doorgang kon vinden, wijten ze in de wandelgangen al voluit aan de polemische stijl van ondergetekende, want die is, zo luidt het, compleet onaanvaardbaar voor de Joodse gemeenschap en Vlaamse politici. Het lijkt wel een compliment.

Dat polemiek vaak meer is dan stijl, kan uit het bovenstaande blijken. Al haalt kritisch denken waarschijnlijk niets meer uit. Tegen de verenigde krachten van (vertegenwoordigers van) slachtoffers, goed bedoelende en belerende politici, valt weinig te beginnen. Want een overheid die een museum inricht waarin ze zichzelf, het eigen bewind in vraag stelt - dat moet ongezien zijn. Hier is dus een belangrijke taak weg gelegd voor de vierde macht en de vrijheid van meningsuiting.

Gie van den Berghe

Gie van den Berghe is ethicus en historicus en gastprofessor aan de UGent.
.

Eeen voorsmaakje van de sterke foto's van Frank Michiels

http://picasaweb.google.com/frankmichiels.schaduwmail/IsraelPalestinaBroederlijkDelenPaxChristi?feat=directlink


Dagelijks Bijbelcitaat
zaterdag, 13 november 2010
Uit de eerste brief van Paulus aan de Tessalonicenzen
5, 15-19

Zie erop toe dat niemand
kwaad met kwaad vergeldt
en streef altijd naar het goede,
zowel voor elkaar als voor ieder ander.
Wees altijd verheugd,
bid onophoudelijk,
dank God onder alle omstandigheden,
want dat is wat Hij van u,
die één bent met Christus Jezus,
verlangt.